Verhalen boegbeelden

Wie: Inge Kuiphuis
Werkt bij: Movimiento de Trabajadores Campesinos
Waar: San Marcos, Guatemala
Bijdrage WNM: uitzending

Ruim twee jaar werkt missionair werker Inge Kuiphuis in Guatemala met uitgebuite en buitengesloten groepen. Inge is uitgezonden met steun van de St. Pancratius parochie in Tubbergen en de WNM. ‘Jarenlang werken koffieplukkers zoals Imelda met haar gezin op een koffieplantage. Opeens krijgen zij hun loon niet meer uitbetaald,’ verzucht Inge. Na een lange juridische strijd kreeg Imelda haar loon alsnog uitbetaald. Maar hoe overleef je tot die tijd? Landarbeidersorganisatie MTC ondersteunde Imelda niet alleen juridisch, maar hielp haar – en andere getroffen families – ook om te overleven. ‘We stuurden levensmiddelen en zorgden voor een arts als er iemand ziek was,’ vertelt Inge. Van het geld dat Imelda en de andere gedupeerde koffieplukkers uiteindelijk kregen, kochten zij samen een stuk grond voor een huis en voor het verbouwen van koffie en bananen.

Koffie

‘Maar de mensen zijn arm,’ zegt Inge. Het is een dagelijkse strijd om te overleven. ‘Imelda heeft geen geld voor melk, laat staan voor vlees. Dat eet het gezin eens in de drie weken.’ Wanneer Inge de mensen vraagt of zij hun verhalen mag delen, reageren zij daar erg positief op. ‘De mensen zijn blij dat zij niet worden vergeten. Dat er aandacht is voor hun situatie,’ vertelt Inge. ‘Guatemala lijkt ver weg van Nederland, maar we staan met elkaar in verbinding. Denk daar bijvoorbeeld aan als u de volgende keer een kopje koffie drinkt.’

pater Bert Hagendoorn
Pater Bert Hagendoorn o.f.m.

Wie: pater Bert Hagendoorn
Werkt: missionaris (franciscaan)
Waar: Timika, Papoea (Indonesië)
Bijdrage WNM: vakantieverlof

‘Van de geschatte drie miljoen inwoners in Papoea behoort slechts een derde nog tot de oorspronkelijke bevolking,’ weet pater Bert Hagendoorn o.f.m. Mijnbouw, grootscheepse boskap voor palmolieplantages en transmigratieprogramma’s brachten met zich mee dat Indonesiërs van buiten Papoea naar het gebied kwamen. De franciscaan kwam zelf in 1970 naar Indonesië en heeft sindsdien het land zien veranderen. De eerste scholen waren doorgaans gestart door missionarissen en in de kleine kinieken en ziekenhuizen werkten zusters. Dat werk is inmiddels overgenomen door overheidsdiensten. Het wegennet is uitgebouwd waardoor de binnenlanden beter te bereiken zijn. Transport was heel beperkt; korte afstanden moesten te voet, in de kustgbieden reisde je per boot en over de lange afstanden werd er gevlogen,’ herinnert zich pater Bert. Medemissionarissen kwam hij soms meer dan een jaar niet tegen.

Verspreiding van het virus voorkomen

In Timika, in het zuiden van Papoea, werd in 1996 de eerste patiënt ontdekt die met het aidsvirus was besmet. Belangrijke personen uit het maatschappelijk en kerkelijk leven kregen trainingen en werden voorlichters over de aidsepidemie. ‘Toen ik parochiepastoor werd in Timika heb ik alle pastorale werkers verplicht om aan de trainingen mee te doen. We wilden toestanden voorkomen waar stervende aidspatiënten langs de kant van de weg liggen. Of aidswezen die aan hun lot worden overgelaten.’ Pater Bert wilde verdere verspreiding van het virus voorkomen en voor besmette bewoners wilde hij een medische behandeling. Tot de gevreesde grote aantallen aan hun lot overgelaten aidspatiënten is het gelukkig niet gekomen. Wel waren er weeskinderen met wie niemand iets te maken wilde hebben. ‘De kinderen hebben we opgevangen, net als een aantal terminale patiënten.’