Missionarissen

Missionarissen

Missionarissen werken aan een wereld waarin ieder mens telt. Een wereld waarin ieder mens meedoet en waar er plek is voor iedereen. Missionarissen — broeders, fraters, paters en zusters — trokken erop uit om vanuit hun geloof te werken aan een rechtvaardige wereld. Op vele plekken op deze aarde zagen zij armoede en leed. Zij gingen aan de slag, openden ziekenhuizen, bouwden scholen, leerden kinderen lezen en schrijven en werkten mee aan de ontwikkeling van de landbouw.

De Week Nederlandse Missionaris ondersteunt Nederlandse missionarissen door bijvoorbeeld de ziektekostenverzekering te betalen. WNM draagt bovendien bij aan een welverdiend verlof van missionarissen zodat zij in Nederland onbekommerd weer op adem kunnen komen zoals pater Fons Bogaartz (Kruisheren) en zuster Willy van Mer Missiezusters Catechisten van het Heilig Hart. Ook keert de WNM een toelage uit als missionarissen definitief terugkeren naar Nederland.

Contact

Bezoekadres:
Frederik Hendriklaan 7
2582 BP  Den Haag

Postadres:
Postbus 14020
2501 GA Den Haag

Telefoon: 06 15 14 2100
of per e-mail

Ga naar ons contactformulier >

‘Missie is samen op weg zijn’

‘Het gaat om de ontmoeting met de ander en de ontdekking van de ander. Dat is van waarde,’ vertelt broeder Jan Heuft m.afr. (Missionarissen van Afrika). De Witte Pater werkt alweer ruim vijftig jaar in Algerije. De WNM heeft hem een toelage gegeven toen hij onlangs met verlof in Nederland was.

Broeder Jan (80) leidt in Algiers een organisatie die gestrande migranten ondersteunt. De missionaris zorgt ervoor dat de kinderen van vluchtelingen naar school kunnen gaan. ‘Het vereist veel praatwerk om al die kinderen toch naar school te kunnen laten gaan.’ Wat veel Nederlanders niet weten is dat de grens van Europa is verlegd naar Algerije en daar komen veel vluchtelingen niet doorheen. De migranten die illegaal in het land verblijven doen vaak gevaarlijk werk op bouwplaatsen. ‘Dan vindt er weer een razzia plaats van de politie en worden er mensen opgepakt. De vrouw blijft achter met de kinderen,’ vertelt hij. De dagelijkse strijd om te overleven is groot. De vluchtelingen maken veel mee en leven in grote armoede. Broeder Jan steunt de mensen. ‘Missie is naar de ander toegaan en samen op weg zijn. De ontmoeting met de ander is een verrijking.’

Blijven

Na zijn geloften in 1969 werd broeder Jan uitgezonden naar Algerije. Een jaar geleden vierde hij alweer zijn gouden jubileum in Algiers. Met slechts een onderbreking van twee jaar waarin hij Arabisch studeerde in Rome leefde hij onafgebroken in het Noord-Afrikaanse land. Jarenlang werkte broeder Jan als docent aan de dovenschool. Toen het land tussen 1990 en 1999 gebukt ging onder terrorisme en negentien religieuzen werden vermoord, onder wie vier Witte Paters, stond een persoonlijke bewaker bij hem in het klaslokaal. De ramen waren wit geverfd zodat niet zichtbaar was dat een blanke man voor de klas stond. Maar weggaan was voor de missionaris nooit een optie. ‘De Algerijnen konden ook nergens heen.’

Angst

Nu, na meer dan vijftig jaar, kreeg broeder Jan van de Algerijnse overheid een verblijfsvergunning voor 10 jaar. Vrij uitzonderlijk, aangezien Nederlanders meestal een vergunning krijgen voor een of twee jaar, licht hij toe. ‘Nu met het coronavirus maar hopen dat ik nog tien jaar in leven blijf.’ Broeder Jan bezocht onlangs een gevangenis op zo’n 150 kilometer afstand van Algiers. Hij werd er met lichte paniek ontvangen. ‘De angst bij de Algerijnen om door buitenlanders met het coronavirus besmet te worden is groot.’ Het verliep desondanks goed. Hij moest zijn handen wassen onder een kapotte kraan, twee meter afstand houden tot de gedetineerde en een mondkapje opdoen. ‘Het is met veel vriendelijkheid en gezamenlijk lachen goed afgelopen,’ vertelt hij. 

Broeder Jan Heuft – Algerije – 2020

Pater Fons Bogaartz is dienstbaar aan de mensen

‘Je bent er voor de mensen,’ zegt missionaris-pater Fons Bogaartz. De Kruisheer is ‘hoofdpastoor af’ in West-Java (Indonesië) en op bezoek in Nederland. Van de Week Nederlandse Missionaris heeft hij een vakantietoelage ontvangen. ‘Het opladen van de accu doet goed,’ vertelt hij in Den Haag tijdens zijn verlof.

Pater Fons Bogaartz o.s.c. gaat in Indonesië elke woensdagmorgen de bergen van Bandung op om jonge novicen les te geven. ‘Ik ben een eenvoudig pastoor en rijd gewoon op mijn oude motor,’ vertelt pater Bogaartz. Voor hem geen rit met de auto; hij neemt altijd zijn brommer. Dat is niet altijd zonder gevaar in het drukke verkeer van Bandung.

Een paar jaar geleden nog werd hij aangereden door een jonge Indonesische vrouw die hem over het hoofd zag. Voor pater Fons het wist lag hij met brommer en al op de weg. ‘Ik dacht eerst dat een aantal ribben gebroken was, maar op de röntgenfoto bleek alles gelukkig nog op z’n plek te zitten. De Heer zij geprezen tot in Eeuwigheid.’ Op diezelfde brommer is hij ook vaak tot op de huid nat geregend. De hevige regenval zorgt voor overstromingen en aardverschuivingen. 

Leed verzachten

‘Arme kinderen kom je bijna op elke hoek van de straat tegen,’ verzucht de missionaris. Het is een groot probleem dat om de aandacht vraagt van de Kruisheren en van de kerk in het algemeen. Pater Fons probeert in zijn werk het leed van de armen te verzachten en kansarmen de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van een betere gezondheidszorg. Daarom heeft hij vlakbij de parochiekerk een gezondheidscentrum opgericht. ‘Daar werken artsen en verpleegsters op vrijwillige basis gratis mee. Dagelijks worden er zo’n 120 mensen geholpen.’

Indonesië telt 140 Kruisheren inclusief fraters en novicen in opleiding. ‘De jongere Indonesische priesters hebben een andere benadering dan wij hadden,’ stelt hij vast. Als pater ben je er voor de mensen en je bent dienstbaar aan de mensen. ‘De jongere generatie priesters staat daar anders in. Zij geven nu aan van hoe laat tot hoe laat zij bereikbaar zijn of wanneer hun vrije dag is,’ constateert hij. ‘Er is desondanks in de loop van de jaren een overgang gekomen van het altaar naar de pasar (markt, red.),’ vindt pater Fons. Een overgang van het kerkgebouw naar de buitenwereld. De kerk heeft volgens hem nu meer moed dan in het verleden om zaken aan te kaarten die de Indonesische mensen aangaan, zoals de toenemende kloof tussen arm en rijk, de corruptie die het land teistert en de werkloosheid.

Volle kerk

Zelf is pater Fons samen met twee confraters in 1969 door de Kruisheren naar de missie in Indonesië gezonden. ‘De twee andere paters zijn inmiddels overleden,’ vertelt hij. Hij heeft het land zien veranderen. ‘In die tijd zag je nog niet veel islam,’ blikt hij terug. De moskee was in die dagen vrij leeg en men keek jaloers naar de pastoor en zijn volle kerk. ‘Nu zijn er overal moskeeën en islamitische scholen. De katholieke kerk is een kleine minderheid.’ In de laatste twintig jaar zijn volgens pater Fons felle orthodoxe groepen opgestaan binnen de islam, maar onveilig voelt hij zich geenszins. ‘De meeste mensen zijn vreedzaam en welwillend. De grootste last hebben wij van het feit dat wij geen vergunning krijgen voor het bouwen van een nieuwe kerk.’

Momenteel zijn er nog zes Nederlandse Kruisheren in het bisdom Bandung in West-Java, van wie pater Fons met zijn 76 jaar de op een na jongste is. ‘Hier in Bandung zijn voldoende inlandse priesters. Wij hebben onszelf overbodig gemaakt,’ lacht hij tevreden. ‘Dat was ook het doel. Ik ben blij dat dat gelukt is.’ Inmiddels is de accu in Nederland weer opgeladen en is pater Fons Bogaartz terug aan het werk in Bandung.

Pater Fons – Indonesië – 2019

WNM-Zeshoeken_broeder Jan Heuft_Algerije

Pater Bert strijdt tegen hiv en aids in Papoea

Missionaris Bert Hagendoorn (1942) werd bijna vijftig jaar geleden door de franciscanen naar Indonesië gezonden. Als pastoor kwam hij in Timika, een snel groeiende stad in het zuiden van Papoea, in aanraking met de eerste aidspatiënten. Pater Bert zette zich vanaf dat moment in voor mensen met hiv of aids en dan vooral het voorkomen van nieuwe besmettingen met het virus. Belangrijke personen uit het maatschappelijk leven en de kerk kregen trainingen over de aidsepidemie. ‘Ik heb alle pastorale werkers verplicht om aan de trainingen mee te doen,’ vertelt pater Bert. Hij trainde hen om voorlichters te worden over hiv/aids.

Verspreiding van hiv voorkomen

‘We wilden toestanden voorkomen zoals in Afrika, waar stervende aidspatiënten langs de kant van de weg lagen of aidswezen die aan hun lot worden overgelaten.’ Vanaf het begin was hij nauw betrokken bij het overleg over de medische begeleiding van de patiënten. Pater Bert was eindverantwoordelijke voor het pas opgerichte en enige ziekenhuis in Timika. Hij wilde niet dat de beschikbare bedden bezet zouden worden door aidspatiënten. ‘Zij zijn chronische patiënten. Een ziekenhuis is een behandelcentrum en geen verzorgingshuis,’ licht hij toe. Hij wilde een aantal dingen bereiken:
voorkomen van verdere verspreiding van het virus,
een verantwoorde medische behandeling van besmette mensen,
voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen.
Opvang van weeskinderen
Tot de gevreesde grote aantallen aan hun lot overgelaten aidspatiënten is het gelukkig niet gekomen. Wel waren er weeskinderen met wie niemand iets te maken wilde hebben. ‘De kinderen hebben we opgevangen, net als een aantal terminale patiënten.’ Samen met parochianen heeft hij een stichting opgericht, die zorgt voor de opvang. Daarnaast zet de stichting in op uitgebreide voorlichting met speciale aandacht voor jongeren.

Opvang van weeskinderen

Tot de gevreesde grote aantallen aan hun lot overgelaten aidspatiënten is het gelukkig niet gekomen. Wel waren er weeskinderen met wie niemand iets te maken wilde hebben. ‘De kinderen hebben we opgevangen, net als een aantal terminale patiënten.’ Samen met parochianen heeft hij een stichting opgericht, die zorgt voor de opvang. Daarnaast zet de stichting in op uitgebreide voorlichting met speciale aandacht voor jongeren.

Pater Bert – Papoea, Indonesië – 2019

WNM-Zeshoeken met foto’s40